Inhoud Zoek Vraag
 

                                                               

H o m e
N a a r   b o v e n

 

 

 

sinds 1984
tot 2024

Overléggen of óverleggen?

Het probleem met deze twee werkwoorden is, dat ze gelijk gespeld worden, maar in klemtoon en in betekenis verschillen. Fouten veroorzaken deze werkwoorden omdat ze verschillend vervoegd worden.

(A) + De dienstleiding overlegt met de bonden.
(B) + Een chauffeur legt bij de douane zijn vrachtbrieven over.

In A betekent overleggen vergaderen, in B overhandigen.

 

Vergelijk ook óverdrijven en overdríjven:

+ De bui kan nog óverdrijven.
+ Het onweer dreef gelukkig over.

+ Hij kan behoorlijk overdríjven.
+ Hij overdreef altijd zo als die blondine in de buurt was.

         


 mailto:webmaster@ppintaal.nl                                        

© PP in taal 2000-2011      KvK 27146258