Wat er op papier moet komen, is duidelijk geworden. Prachtige vragenstructuren en argumentatiestructuren hebben we. Maar nog geen letter echte leestekst, nog geen zin op papier. De kleinste eenheid van een tekst is een paragraaf of een alinea. Het verschil tussen die twee is, dat een paragraaf een kopje krijgt, een alinea niet. De eerste regel van een alinea fungeert als kopje. We spreken hier verder over "paragraaf". Omdat een lezer graag veel kopjes ziet. U kunt natuurlijk een aantal alinea's onder één paragraaf hangen. Overweeg de eerste zin van een alinea vet te drukken. Hebben zelfs uw alinea's kopjes. Doet u uw lezers een plezier mee. Een paragraaf is op een andere manier gestructureerd dan een tekst. Een tekst bestaat uit teksteenheden. Een paragraaf bestaat uit zinnen. Een tekststructuur wordt door vraagstructuren en argumentatieschema's bepaald. Een paragraaf wordt gebouwd met redeneerstructuren. U staat voor de opgaaf uw tekststructuur naadloos over te laten lopen in de opbouw van uw paragrafen. Dat lukt u door beweringen met redeneerwoorden te knopen tot redeneringen. Zo ontstaat er een logisch, overzichtelijk macraméwerkje. En denk erom: altijd van je af knopen. Deze module downloaden (wachtwoord vereist) |