Inhoud Zoek Vraag
 

                                                               

H o m e
N a a r   b o v e n

 

 

 

sinds 1984
tot 2024

 

Instructievormen

Instructievormen zijn bijvoorbeeld presentaties. De docent of trainer heeft het voortouw en de deelnemers hebben een passieve rol. Het gaat om eenrichtingsverkeer: de leerstof gaat via de trainer naar de deelnemers.

Succesfactoren:

·   de trainer beheerst de leerstof volledig (staat ‘boven’ de stof)

·   boeiende presentatie

·   beperkte tijdsduur (circa 15 minuten achtereen)

·   geschikt voor het overdragen van (feiten)kennis

Voordelen:

·   tijdsbesparend

·   geschikt voor grote groepen

·   iedereen krijgt dezelfde stof gepresenteerd

Nadelen:

·   deelnemers zijn passief

·   ‘luisteren’ heeft een beperkt effect op het onthouden van de leerstof

·   geen mogelijkheid om in te zoomen op (niveau)verschillen tussen deelnemers

Voorbeelden:

·   presentaties

·   demonstraties (het effect is iets groter omdat de trainer een beroep doet op de visuele waarneming)

 

Gespreksvormen

Bij gespreksvormen is er sprake van tweerichtingsverkeer tussen trainer en deelnemers. Beiden dragen informatie aan en wisselen ideeën uit en ontdekken al doende nieuwe aspecten in de leerstof.

Succesfactoren:

·   de trainer is vaardig in het leiden van (groeps)discussies

·   beperkte groepsomvang (circa 10 personen)

Voordelen:

·   actieve betrokkenheid van alle deelnemers

·   deelnemers worden aangezet tot denken én argumenteren

Nadelen:

·   tijdsintensief

·   verloop en uitkomst zijn wat ongewis

Voorbeelden:

·   (groeps)discussie

·   onderwijsleergesprek

 

Het onderwijsleergesprek

Het onderwijsleergesprek is een vraagvorm waarin je als trainer de deelnemers stapsgewijs tot kennis en inzicht brengt aan de hand van gestructureerde vragen. De trainer stelt de vragen; de deelnemers antwoorden; de trainer geeft feedback en vraagt door. Valkuil van het onderwijsleergesprek is dat het een schoolse overhoring wordt. Probeer dat te voorkomen

Het werkt als volgt:

·   Je stelt een vraag aan de hele groep. Kijk niemand in het bijzonder aan: de vraag is voor iedereen bestemd. Stel één vraag tegelijk.

Voorbeeld:
Wat maakt websites succesvol?

Geef deelnemers de tijd om even na te denken. Dwing jezelf tot stilte, praat niet onmiddellijk de stilte vol en geef in geen geval zélf het antwoord.
 

·   Vraag een deelnemer antwoord te geven. Noem zijn naam, stel een open vraag (‘Wat vind jij?’). Luister aandachtig naar het antwoord. Herhaal het of vat het samen.

Voorbeeld:
Jan noemt structuur en navigatie als belangrijke succesfactoren van websites. Daarnaast moet er iets te doen zijn op de site, de zogenoemde interactieve functionaliteiten.
 

·   Geef adequate feedback. Vraag door als het antwoord onjuist of onvolledig is.

Voorbeeld:
Kun je voorbeelden noemen van websites die volgens jou voldoen aan deze eisen?

En (als het antwoord lastig is):
Misschien heb je voorbeelden van het tegendeel? Websites waar de structuur, navigatie en interactie niet in orde zijn?

Anderen misschien?

Opdrachten

Opdrachten doen een beroep op de zelfwerkzaamheid en creativiteit van deelnemers. Opdrachten hebben vele verschijningsvormen: van zelfstudie, huiswerk tot het (in subgroepen) bestuderen en uitwerken van cases.

Succesfactoren:

·   de trainer is in staat een ‘levensecht’ vraagstuk te presenteren

·   opdrachten uitvoeren in kleine groepen

·   de trainer weet groepsprocessen te begeleiden

·   de trainer geeft gerichte feedback

Voordelen:

·   zelfwerkzaamheid van deelnemers

·   opdrachten doen een beroep op verschillende vaardigheden (analyse, oplossingsgericht denken, evalueren)

Nadelen:

·   tijdsintensief (zowel in voorbereiding als uitvoering)

·   verloop en uitkomst zijn niet voorspelbaar

Voorbeelden:

·   casestudies (‘Stel dat …. Hoe pak je dit aan?’)

·   zelfstudie

·   huiswerkopdrachten

 

Spelvormen

Spelvormen zijn geschikt voor het oefenen van complexe praktijksituaties waarin de deelnemers verschillende rollen spelen. Een nabootsing in spelvorm helpt om situaties levensecht en herkenbaar te maken, problemen boven tafel te krijgen en na te bespreken.

Succesfactoren:

·   de trainer is in staat een ‘levensechte’ spelvorm te ontwikkelen

·   deelnemers zijn gemotiveerd en bereid om mee te werken

·   de trainer weet de spelvorm en de nabespreking te begeleiden

Voordelen:

·   deelnemers ervaren praktijksituaties aan den lijve: ze ervaren de effecten van het eigen gedrag van zichzelf en van anderen

·   ze leren problemen herkennen en worden aangezet tot het oplossen ervan

Nadelen:

·   tijdsintensief (zowel in voorbereiding als uitvoering)

·   deelnemers zijn soms onwennig en niet ‘rolvast’; daarom is de nabootsing van de praktijk niet in alle gevallen levensecht

Voorbeelden:

·   rollenspel

 

 

Bron en © : www.leren.nl

         


 mailto:webmaster@ppintaal.nl                                        

© PP in taal 2000-2011      KvK 27146258